Zaterdag

Ik neem de tram naar de stad. Dezelfde als altijd. Het is frisjes, dus ik zoek me een plekje in de zon terwijl ik wacht. Grappig, om zo iedereen op eenzelfde helft van het perron te zien staan. Een visuele reminder dat de zomer mensen dichter bij elkaar brengt, dat mensen steeds op zoek zijn naar warmte. Zonnige vierkante meters delen we graag.

Dit zijn mijn favoriete dagen. Die waarop het te koud is voor een t-shirtje en te warm voor een jas. Die waarop het weer niet goed weet of het nu nog zomer wil blijven of de herfst wil beginnen. Die waarop mensen beginnen denken dat ze dit jaar toch echt wel een nieuwe winterjas kunnen gebruiken. Die waarop mensen terugkomen van vakantiehuisjes, weer lijstjes beginnen maken voor het nieuwe schooljaar. Wanneer de winkels kaftpapier stockeren en pennenzakken en stickers en mappen. Beloftevolle dagen, waarop alles nog kan. Batterijen opgeladen, klaar voor een nieuwe start. En niet zoals nieuwjaar, waarbij beloftes vaak gemaakt worden met mislukking in het achterhoofd. Nee, echte, nieuwe, kakelverse dagen.

Met mijn tante lunch ik in de stad. Op ‘t gemak. We drinken koffie met koekjes. Winkeltje in, winkeltje uit. Het uur heb ik al lang niet meer in het oog. Ik koop een bos bloemen op weg naar huis. Plak wat herinneringen in een album. Ik lijm per ongeluk wat pagina’s aan elkaar, alsof de foto’s heimwee hebben naar elkaars aanwezigheid. Ik zie het zonlicht verschuiven in de kamer.

En weet je wat zo leuk is aan verhalen als deze, waarin niets gebeurt? Dat ze toch gebeuren.

Screen Shot 2018-08-11 at 21.27.26.png

Wanneer er niet genoeg binnen aan een huis is

Ik zat vandaag op de trein. Lekker warm. Want buiten was het één van de koudste dagen van deze winter. Temperaturen onder nul. We glijden voorbij de achterzijden van de eerste Brusselse huizen. Eens Brussel binnengekomen zie ik iets vreemds.  Een waslijn met een horde aan gekleurde t-shirts. Gek, denk ik, om bij deze temperaturen je was te drogen te hangen.  Elke t-shirt wordt een statisch en stijve vlag in de wind die weigert te wapperen. Dan zie ik het. Een vierkanten constructie. Een bijeenraapsel van dozen en plastiek. Vier muren en een dak.

Nu weet ik waarom. Wanneer er niet genoeg binnen aan een huis is moet het buiten. De was buiten. De koude binnen. De deur altijd open. Was het buiten maar warm en binnen koud. De wereld binnenstebuiten gekeerd als een warme trui met fleece binnenin. Dan was er plaats genoeg, en iedereen in de huislijke warmte, altijd en overal.

Ana Frois
© Ana Frois