Regen

Het begint net te gieten wanneer mijn shift in de bibliotheek erop zit. Alsof de weergoden beslissen dat ik best nog efkes blijf. Ik besluit hun oordeel te negeren en begeef me al trippelend door de grote plassen naar de tramhalte. Mijn voeten worden zompig en wanneer ik wandel zuigen ze, slurp, slurp, het water gretig op.

De tramhalte is als een eiland in een bijna letterlijke zee. Tegen de stroom in, vind ik een plekje in het kotje. Alsof er een glazen wand is tussen mijzelf en de buitenwereld, kijk ik vanuit het hokje naar het park. Lekker binnen, denk ik. Gezellig, denk ik achtereenvolgens. Andere uitgeregende mensen volgen mijn voorbeeld snel. De een al wat beter gekleed op deze stortbui dan de andere. Ja, mevrouw met de slippers, ik heb het over jou. Maar iedereen is welkom in dit glazen kooitje van droogte. Het is hier lekker warm. Kom binnen, zet u. Samen op het veel te krappe bankje. Naast elkaar, ongeacht taal, religie, cultuur of huidskleur. Maar goed dat België zo’n regenland is, denk ik dan. En mijn zompige voetjes ben ik zo vergeten.

IMG_20180906_093208_230

Zaterdag

Ik neem de tram naar de stad. Dezelfde als altijd. Het is frisjes, dus ik zoek me een plekje in de zon terwijl ik wacht. Grappig, om zo iedereen op eenzelfde helft van het perron te zien staan. Een visuele reminder dat de zomer mensen dichter bij elkaar brengt, dat mensen steeds op zoek zijn naar warmte. Zonnige vierkante meters delen we graag.

Dit zijn mijn favoriete dagen. Die waarop het te koud is voor een t-shirtje en te warm voor een jas. Die waarop het weer niet goed weet of het nu nog zomer wil blijven of de herfst wil beginnen. Die waarop mensen beginnen denken dat ze dit jaar toch echt wel een nieuwe winterjas kunnen gebruiken. Die waarop mensen terugkomen van vakantiehuisjes, weer lijstjes beginnen maken voor het nieuwe schooljaar. Wanneer de winkels kaftpapier stockeren en pennenzakken en stickers en mappen. Beloftevolle dagen, waarop alles nog kan. Batterijen opgeladen, klaar voor een nieuwe start. En niet zoals nieuwjaar, waarbij beloftes vaak gemaakt worden met mislukking in het achterhoofd. Nee, echte, nieuwe, kakelverse dagen.

Met mijn tante lunch ik in de stad. Op ‘t gemak. We drinken koffie met koekjes. Winkeltje in, winkeltje uit. Het uur heb ik al lang niet meer in het oog. Ik koop een bos bloemen op weg naar huis. Plak wat herinneringen in een album. Ik lijm per ongeluk wat pagina’s aan elkaar, alsof de foto’s heimwee hebben naar elkaars aanwezigheid. Ik zie het zonlicht verschuiven in de kamer.

En weet je wat zo leuk is aan verhalen als deze, waarin niets gebeurt? Dat ze toch gebeuren.

Screen Shot 2018-08-11 at 21.27.26.png

Wanneer er niet genoeg binnen aan een huis is

Ik zat vandaag op de trein. Lekker warm. Want buiten was het één van de koudste dagen van deze winter. Temperaturen onder nul. We glijden voorbij de achterzijden van de eerste Brusselse huizen. Eens Brussel binnengekomen zie ik iets vreemds.  Een waslijn met een horde aan gekleurde t-shirts. Gek, denk ik, om bij deze temperaturen je was te drogen te hangen.  Elke t-shirt wordt een statisch en stijve vlag in de wind die weigert te wapperen. Dan zie ik het. Een vierkanten constructie. Een bijeenraapsel van dozen en plastiek. Vier muren en een dak.

Nu weet ik waarom. Wanneer er niet genoeg binnen aan een huis is moet het buiten. De was buiten. De koude binnen. De deur altijd open. Was het buiten maar warm en binnen koud. De wereld binnenstebuiten gekeerd als een warme trui met fleece binnenin. Dan was er plaats genoeg, en iedereen in de huislijke warmte, altijd en overal.

Ana Frois
© Ana Frois