A fall breeze swept away more than I anticipated

It’s funny how you don’t see the falling of the leaves

but the barrenness of the trees surprises

It’s funny how you don’t see the light slipping away

but yet you notice the darkness of the hour

It’s funny how you don’t observe the days getting shorter

but evenings have never felt so long

It’s funny how you don’t notice the first moment you put on a scarf

until you feel the sudden chill creeping up your spine

It’s funny, the way the colours evolve,

the seasons change,

and time slipping away,

slowly

It’s funny, how life catches up with you

While you are doing dishes and deciding what to have for dinner

While making lunch boxes and booking summer holidays

While riding trains and making ways through crowds

While folding laundry and putting memories in boxes

It’s funny, this whole ticking of the time

The way life just

happens

bfffdaaae051a3865d470c1df2c1fcb0

Alle tijd is kostbaar

De regen tikt op de ruit, terwijl ik knus en gezellig binnen zit. Warm. Huiselijk. Tussen mij en het glas zit een wereld van verschil. Ik zie de mensen voorbij wandelen. Sommigen gehaast om de regen te ontwijken en hun kapsel niet in de war te brengen. Anderen kan het niets schelen, een attitude die ik wel kan hebben. Een bliksemschicht voert mij naar een andere realiteit. Twee verdiepingen hoger zit een oud vrouwtje op dezelfde plek als ik naar buiten te kijken. Ze ziet dezelfde mensen ook. Zijzelf  is niet gehaast, ze heeft tijd, iets waar ik soms zo ademloos naar snak. En toch, ik benijd haar niet. Ik bedenk dan dat ik nog uren, dagen, ja-ren tijd heb. De mevrouw van het derde waarschijnlijk niet.

Soms troost ik mij aan de gedachte dat zij nu ook ziet wat ik zie. De mensen op straat, de regendruppels, het haasten, het leven van anderen. Ik stel me voor dat zij dan een nipje van haar theetje neemt. Dat ze het ook warm heeft, en knus en gezellig in een zeteltje voor haar venster zit. Dat ze wijselijk glimlacht om de onwetendheid en naïviteit van ieder die jonger is dan zijzelf. Dat ze zucht, niet van opluchting of vermoeidheid of ergernis, maar van geluk. Zij heeft het allemaal gezien, gedaan, beleef, geleefd. In mijn verbeelding knipoog ik naar haar. Alsof we een soort van geheime verbintenis hebben. Zij weet het.

We nippen gelijktijding aan onze tas thee. Nu, nu delen we tijd.

tumblr_ojy4ppKETC1qfdrwso1_500